Hoe wordt de gasprijs bepaald?

Hoe wordt de gasprijs bepaald?

De actuele gasprijs lijkt voortdurend in beweging te zijn, soms zelfs van maand tot maand. Wat veel mensen niet weten, is dat achter die ene prijs per kubieke meter een heel bouwwerk schuilgaat van inkoop, belastingen, risico en beleid. Als je begrijpt waar dat bedrag vandaan komt, zie je ook waarom jouw buurman soms een heel andere prijs betaalt dan jij. In dit artikel lopen we daar stap voor stap doorheen.

Gasprijs op de beurs

Laten we beginnen op het niveau waar de meeste consumenten eigenlijk nooit komen, de groothandelsmarkt. In Noordwest Europa draait vrijwel alles om de TTF (Title Transfer Facility), een virtueel handelsplatform voor aardgas. Op deze markt kopen en verkopen producenten, handelaren en grote afnemers gas in eenheden megawattuur (mWh) dus niet per kubieke meter (m3). Ruw vertaald komt 1 mWh overeen met grofweg 100 m3 gas, al hangt het precieze getal af van de calorische waarde van het gas.

Op de TTF komen vraag en aanbod continu bij elkaar. Er zijn contracten voor levering morgen, volgende maand, volgend jaar en nog verder vooruit. De zogenaamde spotprijs, vaak voor levering dag vooruit, kan flink schommelen wanneer er bijvoorbeeld ineens koud winterweer opduikt of wanneer er ergens in de wereld een LNG terminal tijdelijk uitvalt. Langlopende termijncontracten zijn meestal wat rustiger, omdat daar al eerder risico en onzekerheid verrekend zijn.

In januari 2026 zien we bijvoorbeeld beursniveaus voor de kale inkoopprijs die grofweg rond 1,10 euro per kubieke meter liggen. Let wel, dat is dus de prijs zonder energiebelasting, zonder btw en zonder opslagkosten. Dat verklaart meteen waarom de grafiekjes met TTF prijzen die je online tegenkomt, er vaak een stuk voordeliger uitzien dan het bedrag dat je betaald.

Dynamische energiecontracten sluiten het meest direct aan op deze TTF prijs. De leverancier koopt in op of rond de dagmarkt en rekent jou vervolgens ongeveer de beursprijs per kubieke meter, plus een opslag voor inkoop, administratie en risico, plus natuurlijk de belastingen en netwerkkosten die via de overheid en de netbeheerder lopen. Daardoor merk je met een dynamisch contract schommelingen op de beurs veel sneller, zowel naar boven als naar beneden. In rustige periodes kan dat gunstig uitpakken, maar tijdens spanningen op de markt voel je de klap ook vrijwel meteen.

Gasprijs op de markt

Tussen de TTF en jouw gasfornuis zit een heel traject. De uiteindelijke consumentenprijs per kubieke meter kun je grofweg opdelen in vier lagen, de kale inkoopprijs gebaseerd op de TTF, de opslag en risicopremie van de leverancier, de netbeheerkosten en de belastingen en btw.

Voor huishoudens met een vast contract wordt de prijs meestal voor 1, 2 of 3 jaar vastgezet. De leverancier kijkt naar de groothandelsprijzen voor de toekomst, koopt een deel van het volume vooruit in en rekent daar een opslag bovenop voor het risico dat de markt in de tussentijd toch duurder wordt.

Bij variabele contracten wordt de prijs meestal twee keer per jaar aangepast, namelijk op 1 januari en 1 juli. De leverancier volgt wel degelijk de markt, maar met een vertraging. Hierdoor zijn variabele tarieven minder grillig dan dynamische, maar reageren ze trager op dalende of stijgende beursprijzen. Je zit er eigenlijk tussenin, niet volledig vast, maar ook niet dagelijks meedeinend.

Dynamische contracten zijn het meest direct gekoppeld aan de TTF. De prijs kan per uur, dag of per maand worden bepaald, afhankelijk van de exacte constructie.

Waarom betaal jij nou iets anders dan je buurvrouw bij dezelfde gasconsumptie? Heel simpel eigenlijk, leveranciers hanteren verschillende inkoopstrategieën. De een koopt ver vooruit om zekerheid te hebben, de ander blijft dichter bij de spotmarkt hangen, in de hoop te profiteren van gunstige momenten. Ook de hoogte van vaste leveringskosten, eventuele welkomstkortingen en commerciële keuzes spelen mee.

Factoren die de gasprijs bepalen

De gasprijs begint bij de inkoopkosten op de groothandelsmarkt. Hoe hoger de TTF prijs, hoe hoger uiteindelijk de consumentenprijs, al zit daar altijd een vertraging en een vertaalslag in. Vraag en aanbod spelen daarbij de hoofdrol. In koude winters schiet de vraag omhoog, vooral in landen waar gas nog veel voor verwarming wordt gebruikt. Als er veel LNG beschikbaar is en de Europese gasopslagen goed gevuld zijn, zie je meestal ontspanning in de prijs.

Geopolitiek is ook een belangrijke factor. Conflicten, sancties of verstoringen in aanvoerleidingen kunnen ervoor zorgen dat een deel van het aanbod wegvalt. Dan wordt elk schip met LNG ineens een stuk belangrijker en durven handelaren minder risico te nemen, wat je direct terugziet in hogere prijzen en grotere schommelingen.

Dan heb je het blok belastingen en opslagen, een gedeelte waar consumenten zich vaak over verbazen. De energiebelasting op gas vormt een flink deel van het bedrag dat je per kubieke meter betaalt (meer dan 50%).  Voor huishoudens valt het verbruik meestal in de eerste schijf, met het hoogste tarief per kubieke meter. Daarbovenop komt btw, niet alleen over de kale energieprijs, maar ook over de energiebelastingen zelf. Afhankelijk van de geldende wetgeving zijn er ook nog heffingen gericht op duurzame energie of vergelijkbare regelingen. Als beleid wijzigt, bijvoorbeeld omdat de overheid gasgebruik minder aantrekkelijk wil maken en elektriciteit juist wil stimuleren, werkt dat praktisch direct door in de gasprijs voor consumenten.

De contractvorm bepaalt vervolgens wie het grootste deel van het prijsrisico draagt. Bij een dynamisch contract ligt dat vooral bij de consument. Je profiteert relatief snel van dalende prijzen, maar bij een onverwachte prijsopstoot kun je ook een paar dure maanden meemaken. Bij een vast contract verschuift een deel van dat risico naar de leverancier, die daar een opslag voor rekent. Variabele contracten zitten er als tussenvariant tussenin, met gematigde schommelingen en een middellange aanpassingsfrequentie.

Seizoenen en weer zijn de meer alledaagse, maar niet te onderschatten stuurmannen van de gasmarkt. Een zachte winter met goed gevulde gasopslagen zorgt meestal voor lagere prijsdruk, terwijl een strenge koudegolf de vraag snel omhoog stuwt. Ook indirecte factoren, zoals droogteperioden die de elektriciteitsproductie uit waterkracht beperken, kunnen een rol spelen, omdat dan soms meer gascentrales moeten draaien om de stroomvraag op te vangen.

Op de achtergrond speelt nog iets groters, de energietransitie. In Nederland is de gaswinning in Groningen vrijwel afgebouwd, waardoor we meer leunen op import en LNG. Tegelijkertijd stuurt beleid sterk aan op isolatie, warmtepompen en andere alternatieven voor aardgas. Op de korte termijn kan die omslag soms tot onrust leiden, zeker als importstromen nog niet volledig stabiel zijn. Op de langere termijn zal een dalende vraag naar gas de structuur van de markt waarschijnlijk veranderen, al is het eerlijk gezegd lastig te voorspellen hoe snel en in welk tempo dat precies gaat.

Ontwikkeling van de gasprijs

Kijk je een paar jaar terug, dan zie je drie duidelijke hoofdstukken in de gasprijsontwikkeling. Voor 2021 kenden we in Europa een periode met relatief stabiele en historisch gezien vrij lage gasprijzen. De meeste consumenten maakten zich er nauwelijks druk om, het was gewoon een post op de rekening.

Rond 2021 en 2022 kantelde dat beeld volledig. Door geopolitieke spanningen en een verminderd aanbod stegen de groothandelsprijzen naar niveaus die tot dan toe ondenkbaar leken. Het woord gascrisis werd niet voor niets veel gebruikt. Piekprijzen lagen ver boven wat we nu in 2026 zien. Voor consumenten betekende dat enorme sprongen op de energierekening, paniek in sommige huishoudens en een stroom aan maatregelen zoals de energietoeslag.

Vanaf 2023 begon de markt zich langzaam te herpakken. Europa vulde de gasopslagen beter, er kwam meer LNG capaciteit beschikbaar en de vraag daalde enigszins door besparing en alternatieve verwarmingsopties. De prijzen daalden vanuit die extreme pieken en stabiliseerden op een niveau dat nog steeds hoger was dan het oude normaal. In de periode 2024 tot begin 2026 zien we een gasmarkt die nog steeds volatiel is, maar met minder hysterische uitschieters.

Begin 2026 komen dynamische gasprijzen voor consumenten vaak uit tussen ongeveer 1,10 en 1,35 euro per kubieke meter, inclusief belastingen en btw. Vaste contracten liggen daar meestal net boven, rond 1,17 tot 1,20 euro per kubieke meter. Het verschil is niet gigantisch, maar wel relevant, vooral als je een hoger gasverbruik hebt. Zet je alles op een rijtje, dan zie je dat de gasprijs voor consumenten veel meer is dan alleen de TTF notering op de beurs. De uiteindelijke prijs per kubieke meter ontstaat uit een combinatie van inkoopkosten, belastingen, opslagen en de gekozen contractvorm. De markten blijven altijd gevoelig voor seizoenen, geopolitiek en beleid, daar komen we niet onderuit.