Palliatieve zorg: wat houdt het precies in?

Wanneer iemand zich in zijn of haar laatste levensfase bevindt, krijgt hij te maken met palliatieve zorg. Palliatief staat voor ‘verlichting’ of ‘verzachting’: het is de bedoeling het de stervende persoon zo comfortabel mogelijk te maken als kan.

Onder palliatieve zorg (PZ) valt onder andere het behandelen of voorkomen van pijn, maar ook helpen met problemen op sociaal, spiritueel en psychologisch vlak. Daar valt aandacht voor de naasten ook bij. De zorg is er in verschillende vormen, zoals persoonlijke verzorging voor het bevorderen van comfort, aandacht voor zingeving, verstrekken van hulpmiddelen die de kwaliteit van de laatste levensfase aangenamer kunnen maken en in de laatste twee weken kan palliatieve sedatie worden toegepast. Bij palliatieve zorg wordt de medische zorg echt stopgezet. De nadruk ligt op de kwaliteit van de laatste levensfase. Terminale zorg is een deel van PZ, namelijk de laatste fase.

Voor wie is het?

PZ is voor mensen die terminaal ziek zijn en op korte termijn zullen overlijden. Het punt waarop een ziekte ongeneeslijk blijkt is voor sommige ziekten duidelijk, maar bij andere ziekten is het niet altijd duidelijk dat een patiënt niet meer reageert op de reguliere behandeling. Er zijn ziektes waarbij PZ samenvalt met de diagnose, omdat er simpelweg geen beterschap meer is. De duur van PZ hangt dan ook af van de situatie. Dit kan dagen, weken, maar ook maanden of jaren duren. De indicatie wordt echter pas afgegeven wanneer iemands levensverwachting niet langer dan drie maanden is.

Waar?

De zorg kan thuis worden verleend, of in een zorginstelling. De patiënt die terminaal ziek is kan er ook voor kiezen zijn of haar laatste dagen te spenderen in een hospice. Het hangt ook af van de situatie en of de cliënt een indicatie heeft voor de Wet langdurige zorg.

Vier fases

Er zijn vier fases:

  1. Ziektegerichte palliatie: de ziekte wordt gewoon behandeld, zonder kans op genezing.
  2. Symptoomgerichte palliatie: de focus ligt op de controle van de symptomen en het verlichten daarvan. Zo wordt de kwaliteit van leven zo goed als mogelijk is. Ondertussen wordt de patiënt wel zieker en zwakker en er ontstaan nieuwe problemen. In deze fase worden dan ook de beslissingen rond het levenseinde genomen, zoals het al dan niet toepassen van palliatieve sedatie. Fase 1 en 2 gaan vaak samen.
  3. Palliatie in de sterffase: het gaat niet meer om kwaliteit van leven, maar om kwaliteit van sterven. Deze fase duur maar een paar dagen.
  4. Nazorg: de zorg voor familie en naasten na het overlijden hoort er ook bij. Naasten hebben ruimte nodig om te rouwen en kunnen met de verpleger praten over hun gevoelens.