Hoe de PvdA in de jaren ’80 haar koers verlegde

Het is de vloek van de sociaaldemocratie, regeren en tegelijkertijd serieus genomen worden door de linkse achterban. Het is een bijna onmogelijke spagaat, een spagaat die de PvdA in de jaren ’80 bijna fataal werd.

Sinds Wik Kok is overleden, wordt er regelmatig teruggekeken op zijn carrière. De berichten over hem zijn zeer wisselend. Hij werd gezien als een premier van alle Nederlanders, maar ook als de man die de sociaaldemocratie kleurlozer maakte. Veel mensen vinden het onbegrijpelijk, waarom zou deze oud-vakbondsman in de jaren ’90 een kabinet kunnen leiden waar de VVD deel van uitmaakt? Hoe kan de PvdA in verkiezingstijd dan nog geloofwaardig ten strijde trekken tegen de oude tegenpool van weleer? De antwoorden op deze vragen vinden we niet terug in de beslissingen die Kok in de jaren ’90 nam, maar in de jaren ’80. Hoe was de PvdA er toen aan toe?

De PvdA begon de jaren ’80 met een kater. Den Uyl had in de jaren ’70 het meest progressieve kabinet ooit geleid en behaalde na dat kabinet een overwinning van tien extra zetels bij de landelijke Tweede Kamerverkiezingen. Het waren echter Van Agt (CDA) en Wiegel (VVD) die buiten den Uyl om een kabinet smeedden, Van Agt I. Den Uyl raakte verbitterd, dat tweede kabinet met de PvdA als grootste partij, dat moest er komen. Regeren met de VVD is uitgesloten, maar het CDA is moeilijk naar links te buigen. Den Uyl kwam in de oppositie terecht en toen hij eenmaal toch in een kabinet met Van Agt terecht kwam, bleek zijn dominante persoonlijkheid alles overschaduwend. Van Agt was premier in dat kabinet, maar Den Uyl voerde in elke vergadering minstens zo lang het woord. Het werd een vechtkabinet. Van Agt was een pragmaticus en Den Uyl een principiële drammer, een combinatie die uiterst ongelukkig bleek.

Den Uyl werd ouder en zijn naaste ministers suggereerde dat hij op zou moeten stappen, die beslissing schoof Den Uyl resoluut van tafel. Hij was misschien een onmogelijke samenwerkingspartner geworden in Den Haag, maar hij was nog immens populair bij zijn achterban. Toch werd het al duidelijk wie zijn opvolger ging worden, Den Uyl wees daarvoor Wim Kok aan. Wim kok was vakbondsleider bij FNV en leek een nieuwe frisse wind voor de tot oppositie-gedoemde PvdA. Wim Kok was een stuk pragmatischer dan Den Uyl. De PvdA werd onder zijn leiding een regeringspartij, die de ‘ideologische veren’ liever afschudt, dan dat het aan de kant blijft staan.

De vruchteloze oppositiejaren gingen voorbij. De jaren ’80 werden afgesloten met de PvdA in het centrum van de macht. Het is het dilemma van een sociaaldemocratische partij. Aan de ene kant wil de partij haar idealen behouden maar aan de andere kant voelen de sociaaldemocraten een grote verantwoordelijkheid om deze idealen te verwezenlijken door middel van regeringsdeelname. Den Uyl wist voor een aantal jaren de ultieme balans te vinden tussen deze twee uitersten, maar Kok was leider in een tijd dat de politieke verhoudingen waren gewijzigd. De jaren ’80 waren een omslagpunt voor de sociaaldemocratie in Nederland, zou er allicht nog sprake kunnen zijn van een wederopstanding?